Een pijnlijk geval: Koker verstrikt in Goulash affaire

Gepubliceerd op 1 november 2024 om 19:01

Burgemeester Koker van Krimpen neemt met ingang van 1 mei 1915, na een zwaar gesprek in Den Haag, eervol ontslag. Eind 1914 raakte hij verwikkeld in een handeltje die de internationale pers haalt als 'Een pijnlijk geval' of 'De goulash affaire'. In het herfstnummer van Van Yssel tot IJssel ga ik hier wat dieper op in.

Koker neemt namelijk deel in de onderneming Driebond-Rotterdam-Holland die blikken vleespreparaten wil gaan produceren voor het Duitse leger. Daar zou in het neutraale Nederland op zich niets mis mee zijn geweest, ware het niet dat het gebeurt in de keuken van het hotel van de Uranium Steamship Company, een dochteronderneming van de White Star Line (reder van ondermeer de Titanic). Uranium vervoerde op derdeklasniveau emigranten van Rotterdam naar New York en Hallifax. Door de oorlog komt dit stil te liggen. De Engelse eigenaar stelt het Uranium hotel in Rotterdam tijdelijk beschikbaar aan de gemeente. Die liet het door het Roode Kruis inrichten als ziekenhuis. Toen er geen oorlogsslachtoffers kwamen, werd het een opvangcentrum voor gevluchte Belgen.

Als de directeur van Uranium, Tinsley, tevens hoofd van de Engelse Inlichtingendienst, er achter komt dat de keuken omgebouwd is voor de productie van blikvoer voor het Duitse leger, wordt hij furieus.

Het NRC krijgt er lucht van en publiceert het in geuren en kleuren. Het wordt snel overgenomen door alle landelijke bladen en krijgt zelfs in Duitsland en Engeland aandacht.

Koker en de beheerder van het Roode Kruis zeggen niet beter te weten, dan dat Tinsley er vanaf wist, maar kunnen dat niet hard maken. 

De hele affaire kost Koker zijn baan als burgemeester. Zijn vrouw heeft genoeg van hem en vraagt een scheiding aan. Koker houdt er de rietmattenfabriek van zijn schoonvader aan over in Capelle, waar hij tijdelijk in de directiewoning gaat wonen. Later verhuist hij naar hotel Holland in Den Haag  vanwaaruit hij met twee compagnons profiteert van het naoorlogse herstel van de internationale handel met België en Nederland. Ze profileren zich als specialistische handelsagent voor van alles en nog wat, van partijen bouwmaterialen tot konijnen- en stinkdierenbont en locomotieven.

Koker verhuist na het overlijden van zijn zoon Jan naar Brussel, in die tijd beter voor de internationale handel.

De volgende en laatste aflevering over Koker in deze serie over steenfabrieken van Krimpen, gaat over de onderneming die Koker met André Moelaart in Suriname start om goud- en oliebronnen te zoeken en  exploiteren. Als er vervolgens aardolie in Nederland wordt gevonden, zijn ze de eersten die dit willen exploiteren.

Het Uranium Hotel gebouwd in 1913 aan de Brede Hilledijk bij de Maashaven. (Collectie C. Vreedenburgh)

Intussen belandt zoon Jan (fotoreconstructie mbv AI en Pixelmaker [RSC]) in Amsterdam op een technische school onder controle van een directeur-geneesheer. Een poging van Koker om hem bij een Krimpense scheepsmachinefabriek van Van der Giessen te laten werken, zodat hij leert zijn eigen broek op te houden, wordt niet op prijs gesteld door zijn ex-vrouw, die hem dat via een briefje van haar huishoudster laat weten.

Jan verhuist later van Amsterdam naar een hotel in Den Haag bij zijn vader in de buurt.

Als moeder met beide dochters van Rotterdam naar Zeist verhuist, vinden ze daar ook een onderkomen voor Jan. Hij sterft op 32-jarige leeftijd.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.